vrijdag, 30 november 2001 00:00

Boekfragment: Emoties zijn nooit een probleem

 

Wanneer er iets gebeurt waardoor je geschokt reageert en van streek raakt, wil dat zeggen dat de realiteit even op je deur klopt. Een reality check. De realiteit raakt een gevoelige snaar. Het wijst een deel in jou aan dat nog onvrij is. Dit is voelbaar als een emotionele schok die soms door je hele lichaam trekt en alle aandacht opeist. Een onverwerkt trauma – vaak uit je kindertijd – komt naar boven. Een niet-doorvoelde ervaring wil nu gezien en gevoeld worden.

Vrijwel elk mens draagt een aantal traumatische ervaringen met zich mee. Dit kunnen zowel grote als kleine trauma’s zijn. Het lichaam is, als het ware, een enorme opslagplaats van onverwerkte ervaringen. Wanneer je als kind iets ervaren hebt dat te intens was om er open en voelend bij aanwezig te blijven, werd de emotie in het lichaam vastgezet.

Bijvoorbeeld. Als kind word je bang als jouw vader opeens heel agressief uitvalt. Je krimpt ineen en je houdt je adem in om de ervaring van dat moment niet helemaal te hoeven voelen. Precies op dát moment wordt de emotie niet helemaal verwerkt en wordt de niet-doorvoelde ervaring in het lichaam opgeslagen. Als dit vaker gebeurt, ga je minder diep ademen om de emotionele pijn maar niet te hoeven voelen.

Alle emoties die niet volledig worden gevoeld laten een spoor achter in het lichaam.

Niet-doorvoelde emoties kunnen jarenlang blijven zitten en veroorzaken blokkades. Ze zijn ervaarbaar als spanning – zo’n beklemmend gevoel in het gebied van je onderbuik, hart, keel, nek, schouders of onderrug. Het kan ook aanvoelen als iets straks of hards in het lichaam. Of tot uiting komen in iets vaags zoals hoofdpijn, chronische vermoeidheid, griepachtige symptomen, een jeukende huid, gevoelig zijn voor licht, slapeloosheid, een hese stem, tandenknarsen, trillende oogleden, zenuwen of prikkelbaarheid. Kortom, je lijf staat onder hoogspanning. Het ervaart emotionele stress.

Vanuit onze natuurlijke staat wordt alles automatisch gezien en gevoeld. Het probleem is vaak dat we niet willen zien en voelen. Als kind leren we onprettige emoties te onderdrukken of ze impulsief af te reageren op de ander, een ding of situatie die de emoties triggerde. We willen zo snel mogelijk van de emoties af.

Zien en voelen kunnen we niet uitschakelen, doordat ons systeem een alles-voelend organisme is. We kunnen proberen onze emoties te verdoven met genotsmiddelen of te omzeilen door hele dagen vol te plannen. Maar op den duur komen de onverwerkte emotionele pijnpunten toch weer om aandacht vragen. Wat nu?

Stop, haal adem, kijk naar binnen, voel en bied geen weerstand.

Door emoties zowel te observeren als te voelen, worden de emoties ontladen.

Stel, er komt angst omhoog. Kijk naar de angst die je voelt. Voel alsof het je eerste dag als mens is. Ervaar de angst alsof je hem voor het eerst voelt. Kijk en voel niet om van de angst af te komen, maar wees eens volledig nieuwsgierig naar wat er gebeurt.

Je denken zal ongetwijfeld commentaar geven, maar observeer dan simpelweg de angst en het commentaar.

Hoe meer je aandacht naar het denken over de angst gaat, des te moeilijker het wordt.

Hoe meer je aandacht naar de angst zelf gaat, des te minder frictie er zal zijn.

Een simpele, maar radicale verschuiving van wat-als naar wat-is.

Door zo te experimenteren kom je erachter dat angst helemaal geen probleem is. Alleen het denkpatroon, in de vorm van overtuigingen en commentaren, over de angst. Dit geldt voor alle emoties. Emoties zijn nooit een probleem. Het probleem is dat we willen dat ze weggaan.

(Dit fragment komt uit het boek Nu even niets geschreven door Jan Prins)