Sessies

Boekfragment: Niets kijkt zijn ogen uit

  • Gepubliceerd in Blog

Wanneer ik buiten loop en iemand roept mijn naam, dan kijk ik zeker om. ‘Hé Jan!’, is al voldoende om mijn lichaam 180 graden te laten draaien. Maar als ik op zoek ga naar ‘Jan’ of ‘ik’, kan ik ‘Jan’ of ‘ik’ niet vinden, hoe paradoxaal het ook klinkt.

Wanneer ik mijn ogen sluit en naar binnen kijk, zie ik niets en niemand. Wat ik eventueel kan vinden zijn de woorden ‘Jan’ en ‘ik’. Plus een verzameling indrukken, denkbeelden, geheugenfilmpjes en emoties over de woorden ‘Jan’ en ‘ik’. Hoe dieper ik in die gedachten en emoties afdaal, hoe stiller en leger het wordt. Ten slotte blijken alle woorden, opvattingen, mentale filmpjes en emoties uit niets te bestaan.

Wanneer ik mijn ogen open en naar buiten kijk, zie ik meteen alles. Vanuit het niets kijk ik mijn ogen uit. Ik ben getuige van een lichaam met handen en voeten. Om het lichaam heen bevinden zich ontelbare andere vormen die een plekje hebben in een eindeloze leegte. Ook de aarde, zon en ontelbare sterren zweven in dezelfde eindeloze leegte. Objecten die in het oneindige niets zweven.

Wanneer ik opnieuw mijn ogen sluit, zie ik dezelfde eindeloze leegte. Het lijkt alsof het fysieke lichaam ertussen zit, maar dat is in werkelijkheid niet zo. Als ik met mijn aandacht diep in het lichaam duik lossen de grenzen op en kom ik weer niets tegen.

Eigenlijk kun je niet precies zeggen wat het niets is. Het is in ieder geval niet iets doods. Het barst van leven. Natuurkundigen hebben dit ook ontdekt. Volgens hen bestaat alles uit atomen en die zijn voor 99,9999 % leeg. Dit geldt voor een planeet, boom, lantaarnpaal, smartphone, grassprietje, en ook voor het fysieke lichaam. Je leeft, loopt en slaapt letterlijk in niets.

Alles bestaat uit niets. Alles wordt geboren uit niets, is omgeven door niets en sterft in niets.

Wanneer dit een levende werkelijkheid is, heb je het oudste en grootste raadsel van de mensheid opgelost. Je bent niet meer innerlijk verdeeld. Het proces van spiritueel wakker worden is gestopt.

Wakker zijn betekent niet dat je iets hebt gekregen wat de ander niet heeft. Je bent iets kwijt wat de ander nog wél heeft. Namelijk het geloof uitsluitend een persoon te zijn. Op relatief niveau lijk je weliswaar op een persoon. De absolute werkelijkheid van de persoon is dat hij geen persoon is.

In spirituele tradities zoals Advaita Vedanta, zen en dzogchen in het Tibetaans boeddhisme, wordt gesproken in termen van verlichting en zelfrealisatie. Het zijn termen die verwijzen naar de ontdekking van wat je echt bent.

Nu is het oppassen geblazen dat het ego van die termen geen nieuwe identiteit gaat maken of zich verlicht, heilig of spiritueel gaat gedragen. Dan heb je te maken met een religie. Dus leven volgens een code. Hierdoor word je juist onechter.

Spiritueel ontwaken wil niet zeggen dat je een soort supermens wordt die boven de mensheid zweeft. Wakker zijn houdt in dat de onzin van het ego verdampt, inclusief de ideeën hoe je je zou moeten gedragen. Je wordt een echt en authentiek mens.

Er bestaan geen verlichte mensen of leraren. Er is geen ‘ik’ of persoon die verlicht of zelf-gerealiseerd kan worden. Het is eerder verlicht van de ‘ik’ of persoon. Bewustzijn, Stilte of Niets is de enige verlichte. Dát is de realisatie. Ik word ’s ochtends niet wakker met het idee: O, wat is het fijn om verlicht te zijn. Maar ik word ook niet meer wakker met het idee: Ik ben nog niet verlicht, dus ik moet vandaag hard werken en mediteren. Eigenlijk denk ik nauwelijks nog in dit soort spirituele termen.

Hoe weet je nou of je volledig wakker bent?

Heel simpel: als deze vraag is opgelost. Het voelt afgerond. Wakker zijn hoeft niet bevestigd te worden. Wakker zijn bewijst zichzelf. 

(Dit fragment komt uit het hoofdstuk Alleen het niets is bruikbaar uit het boek Nu even niets van Jan Prins - Uitgeverij AnkhHermes)