zaterdag, 14 oktober 2017 09:20

Column: Grenzeloos verdwijnen

Vrijdagavond. Ik loop op een wandelboulevard langs het IJ. Rechts van me zie ik de magische avondhemel gereflecteerd worden in het water. Het linkerdeel van de boulevard bestaat uit een laan met bomen en gras. Ik wandel voorzichtig over het gras, parkeer mijn lichaam op een bankje en staar naar het weidse water. Het geroezemoes in mijn hoofd verstilt.

Even later kijk ik omhoog naar de uitgestrekte, donkere lucht. Het gigantische uitspansel lijkt groter te worden en ik kleiner. Ik ben betoverd door de omvang van de oneindige ruimte van het heelal en blijf daarom kijken.

Ineens bekruipt me een alarmerend gevoel van alertheid. Ik word wakker uit de betovering. Plotseling komt de oneindige ruimte recht op me af. Eerst schrik ik even, maar laat me vervolgens verpletteren door dit wonder. Liefdevol wordt mijn denken helemaal stilgezet. Precies op dat moment neemt de oneindige ruimte mij volledig over. De grenzen van mijn ‘ik’ lossen op. Ik verdwijn. Een stille en diepgaande rust blijft over.

Zonder aankondiging heeft er een verhuizing plaatsgevonden. Een ommezwaai van ikzelf naar geen-zelf. Van wonen op de vierkante centimeter naar grenzeloze stilte.

Voor mij draait het leven hier om. Ontdekken dat we niet beperkt zijn tot een persoon. Niets heeft werkelijk zin als we dit niet hebben ontdekt. Niets kan hier tegen op. Geen carrière, geen auto, geen relatie, geen geldbedrag, helemaal niets.

De mogelijkheid om jezelf te verliezen, al is het maar één keer, is wat stil zijn werkelijk betekent.

Hoe? Door dagelijks jezelf even te vergeten en inzien dat ‘je’ de stilte – in en om – alles bent.