Sessies

Boekfragment: Stop, kijk, voel en bied geen weerstand

  • Gepubliceerd in Blog

Spiritueel wakker worden begint met de bereidheid om alles te durven zien en voelen. Echt absoluut eerlijk zijn naar jezelf. Een valkuil is je bezig houden met de ander, want dan hoef je niet te kijken en voelen wat er in jou is. Eerlijk zijn naar anderen is, in het kader van spiritueel ontwaken, niet zo relevant. Gum de ander uit en kijk in en naar jezelf.

Wees bewust van waar je nu bent. Kom de dingen onder ogen, zonder verwachtingen, zonder in te grijpen, zonder het te willen veranderen of weg te willen hebben. Dit is geen optie, of een stap die je kunt overslaan. Dit is de eerste stap. Als deze stap is gezet volgt de rest vanzelf.

Plak het desnoods op je badkamerspiegel, stel het in als een reminder op je telefoon of maak er een mantra van: Stop, haal adem, kijk naar binnen, voel en bied geen weerstand.

Dit proces gaat over jou en niemand anders. Wakker worden gaat niet over persoonlijke groei of het verbeteren van je persoonlijkheid, maar de ontdekking wat je voorbij die persoonlijkheid bent.

Het ontwakingsproces is niets meer dan het doorprikken van ego-ballonnetjes; jezelf deprogrammeren; aangeleerde en onware overtuigingen doorzien. Je kunt dit vergelijken met het pellen van een ui. Eén schil eraf, nog een schil eraf, maar in de kern is er leegte. Sterker nog: na het afpellen is er geen kern en geen ui meer. Tijdens het proces van bewustwording is het een kwestie van afpellen – afleren – van wat je niet bent en op den duur blijft er over wat je werkelijk bent. In de Advaita Vedanta noemt men dit: neti neti. Ik ben niet dit, niet dat, tot het punt waarop je ziet dat je niets bent, dat je leeg bent.

Eigenlijk kun je niets doen om je werkelijke natuur te ontdekken, want je bent deze nu al. Toch dien je dit zelf te ontdekken, dit zelf te zien, maar ‘het zien’ is niet af te dwingen. Je ziet het of niet. Of, zoals Johan Cruijff het zo treffend zegt: ‘Je ziet het pas, als je het doorhebt.’

Tijdens het proces van ontwaken kom je op een gegeven moment tot dit besef: Ik kan eigenlijk niets doen, maar ik kan ook niet meer terug en ermee stoppen. De zoekbeweging vereist om verder te gaan. Wat kun je dan wel doen? Zelfonderzoek.

Dit betekent met je aandacht naar binnen gaan en neutraal observeren hoe diep de wortels van het ik-gevoel, ego of de persoonlijkheid (3 termen die hetzelfde beschrijven) reiken. Zie hoe diep je vasthoudt aan de overtuigingen van het ik-gevoel. Beter gezegd: alle overtuigingen en ideeën zijn van het ego. Noem eens een overtuiging die losstaat van ‘ik’?

Er staat feitelijk niets in de weg, behalve de overtuigingen die je erop nahoudt én hoe sterk je daaraan vasthoudt. Een idee of overtuiging bestaat uit twee aspecten: een mentaal aspect en een emotioneel aspect – die elkaar voeden.

Een overtuiging ontstaat vanuit conclusies die je uit ervaringen en gebeurtenissen trekt. Die conclusies worden gekleurd door de onverwerkte emoties die je met je meedraagt plus de emoties die je op het moment zelf ervaart. Daardoor voelt een overtuiging vaak heel echt aan en ga je in je overtuigingen geloven. In alles wat je gelooft en in alles waarvan je overtuigd bent, zit dus een emotie.

Als iemand jouw geloof in twijfel trekt, voel je je persoonlijk geraakt en kun je soms heel emotioneel worden. Emoties geven kracht aan je overtuigingen. Hoe meer emotionele energie er in een overtuiging zit, hoe krachtiger je eraan vasthoudt en haar verdedigt.

Elke dag laat het leven je zien hoe gebonden je bent aan de overtuigingen van het ego. Tijdens het werk, in de file of wat je ook doet, het bestaan wijst je voortdurend op delen in jezelf waar je nog onvrij bent. Het laat zien waar het ego nog volop de boel probeert te manipuleren en te controleren.

In het dagelijks leven komen ego-overtuigingen vanzelf naar boven. Je hoeft daarom niet te gaan spitten in het verleden of ze op te graven. Zoek de overtuigingen niet op, maar ga ze ook niet uit de weg.

Als je volledig eerlijk bent tegenover jezelf, zie je direct waar je iets vasthoudt of iets probeert te vermijden. Zelfonderzoek gaat niet zonder slag of stoot. Er zullen dingen naar boven komen die pijnlijk en confronterend zijn. Het anker tijdens dit proces is: neutraal observeren. Vanuit stilte kijk je naar de patronen in jezelf. Je leeft gewoon je leven en tegelijkertijd observeer je het van een afstand.

Een overtuiging kan zijn: Ik mag niet boos zijn.

Wie zegt dat?
Waarom mag je niet boos zijn?
Van welke scheidsrechter mag je je niet zo voelen?
Heb je die overtuiging misschien van je vader of moeder geleerd en geloof je daar nog steeds in?
Is die overtuiging waar?

En wie is die ‘ik’ die niet boos mag zijn?
Waar is die ‘ik’ te vinden en waar bestaat die uit?
Is er überhaupt wel een ‘ik’?

Sri Nisargadatta Maharaj, een Indiase goeroe, gaf ooit als tip om alle onware overtuigingen en ideeën te verwerpen. Hij voegde eraan toe dat je ware ideeën niet hoeft te verwerpen, want ware ideeën bestaan niet. De waarheid is geen idee, maar een feit. Zie het onware als onwaar, dat is genoeg.

Dit kun je doen door de overtuigingen op te schrijven. Of er in stilte naar te luisteren en te kijken. Vooral de overtuigingen waarvan je het meest van streek raakt verdienen jouw volledige aandacht. Hoe voelt het? Welke emotie zit er onder de overtuiging? Voel én observeer de emotie helemaal, zonder in te grijpen en zonder weerstand te bieden. Zelfonderzoek is geslaagd als de overtuiging die je onderzocht nooit meer terugkomt. Komt diezelfde overtuiging een week later toch terug, dan was ze nog niet helemaal doorzien. Dit kan jaren duren, maar het kan ook ineens binnen drie seconden doorzien zijn.

Daarom is het belangrijk om vanuit stilte te observeren. Stilte kent geen tijdslimiet, heeft geen oordelen en wordt niet onrustig. Stilte durft alles te zien en te voelen.

Een geslaagd onderzoek, in de context van wakker worden, geeft jou geen antwoorden. De vragen, en de vragensteller in je hoofd, lossen op en verdwijnen in het niets.

Alles wat overblijft is een stille, ruimtelijke helderheid. Een helderheid die altijd aanwezig is.

(Dit fragment komt uit het nieuwe boek Nu even niets van Jan Prins - Uitgeverij AnkhHermes)