zaterdag, 28 april 2018 08:38

Boekfragment: De natuur is van niemand

Er heerst een serene rust in het bos. Ik zit alleen op een houten bankje. Geen mens te bekennen. Ik houd ervan om alleen te zijn, om even niets te doen en doelloos voor me uit te staren.

Met een leeg hoofd kijk ik verwonderd de groene wereld in. De winter heeft plaatsgemaakt voor de lente. Het grasveldje waarover ik uitkijk laat dit zien. Het groene veldje is bedekt met een dun laagje stuifmeel. Uit het grijsachtige laken van meel steken allerlei bloemen en planten met de mooiste kleuren. Mijn hoofd is zó ontspannen dat het geen enkele moeite doet om de soorten een naam te geven.

Het grasveldje wordt omringd door grote bomen. De boom die het dichtst bij me staat lijkt op een gigantische paraplu van bladeren. De rust en ruimte die ik ervaar zijn zo verrukkelijk, dat het lijkt alsof het hele universum gevuld is met een vrede die alle verstand te boven gaat.

De wind laat van zich horen. Door een opening tussen de bomen komt een aanzwellende bries me tegemoet en fluistert iets in mijn oren wat mijn verstand niet begrijpt, maar mijn hart opent zich onmiddellijk. De wind maakt er een hele show van. Hij danst, beweegt en zweeft als een lenige balletdanser.

De grote bomen winden zich niet op. Die zijn vooral stil. Heel stil. Ze zeggen helemaal niets en waarom zouden ze ook? Wat zouden ze kunnen toevoegen aan moment?

Mijn lichaam ademt diep in. Als een stille getuige zie ik hoe de luchtstroom het organisme open en ruimer maakt. Nu heb ik geen leraren of woorden meer nodig om te weten dat alles met elkaar verbonden is. Het idee dat wij afgescheiden van elkaar zouden zijn, is een fabeltje dat de mens verzonnen heeft en alleen hij in stand houdt. Beter gezegd: dat het ego bedacht heeft en in stand houdt. De hele dag door is het ik-gevoel aan het werk om dit zo te houden, want anders zal het de afgrond van stilte invallen. En erin oplossen.

Je bent overal thuis, als je eenmaal ontdekt zelf de stilte te zijn. Stilte vermomt zich af en toe als een persoon. Om in de wereld te kunnen functioneren moet ik iemand worden. Om te communiceren dien ik woorden als ‘Jan’ en ‘ik’ te gebruiken, maar die woorden ben ik niet.Vol verwondering heb ik mogen ontdekken dat er niemand zit in iemand. Vaak ben ik een lege bovenkamer op benen. Een onbemand, maar intens levend organisme. Hierdoor lekt er naar de persoonlijkheid niet meer energie weg dan nodig. Er is een balans.

Het is essentieel om een evenwicht te vinden tussen inspanning en ontspanning; tussen doen en niets doen. Doen is voor de mens geen probleem. Dat beheersen we als geen ander, maar niets doen is blijkbaar moeilijk geworden. Niets doen, klinkt uitgedrukt in woorden, een beetje gek. Alsof je een handeling moet uitvoeren om niets te doen. Misschien herken je het wel. Je hebt vakantie en je wilt even helemaal niets doen. Lekker volledig ontspannen. Het idee dat je vakantie hebt en moet ontspannen kan een behoorlijke spanning teweegbrengen.

Weet je niet zo goed hoe je je moet ontspannen of niets doen? Stop met proberen te ontspannen. Stop met proberen niets te doen.

Ga lekker de natuur in. De natuur kan jou veel meer (af)leren dan ik.Kijk naar een boom, een koe, een kat of een struik. Gewoon kijken...

(Dit fragment komt uit het hoofdstuk De natuur is van niemand uit het nieuwe boek Nu even niets van Jan Prins - Uitgeverij AnkhHermes)