zaterdag, 01 december 2018 20:09

Wat is geluk?

Een bewolkte zaterdagmiddag. Ik zit heerlijk onderuitgezakt op de bank. Ineens maakt de voordeur een bonkend geluid. Gehuld in een grijze en slobberige trainingsbroek loop ik richting de hal. Ik open de voordeur. Plotseling valt Maarten van Rossem met de deur in huis. Niet Van Rossem zelf, maar zijn boek, verhuld in bol.com verpakking. De postbode had kennelijk geen zin om aan te bellen en gooide blijkbaar het pakketje zo tegen de deur. Ik pak het pakketje op, loop terug de woonkamer in, parkeer mijn kont op de bank en scheur gulzig de verpakking open.

Daar is ie! Wat is geluk? Het nieuwe boek van Nederlands bekendste historicus. Ik sla de eerste bladzijde open en verlies mijzelf direct in de relativerende en soms grappige toon van Maarten van Rossem:

‘Is het niet merkwaardig dat iemand die een reputatie heeft opgebouwd als mopperaar en cynicus zich aan een verhaal over geluk heeft gezet? Had hij zich niet beter bezig kunnen houden met de positieve kanten van depressiviteit? Ik mag dan inderdaad graag kritisch klagen, dat neemt niet weg dat ik over de hele linie een tevreden mens ben.’

Bam! ‘Over de hele linie een tevreden mens zijn’, deze woorden herken ik onmiddellijk. Zo zou ik mijn levenssituatie ook willen omschrijven. Die van een tevreden mens.

Voordat ik Wat is geluk? behandel, eerst de redenen waarom ik dit boek wilde lezen.

Ten eerste ben ik een groot bewonderaar van Maarten van Rossem. Op YouTube vind je ontzettend veel filmpjes van hem die de moeite waard zijn. Ten tweede begrijp ik helemaal niets van de obsessie om geluk na te jagen. Wat mij betreft is geluk, en dan met name permanent geluk, een valse belofte en niets meer dan een sprookje. Daarom was ik benieuwd hoe Van Rossem aankijkt tegen een onderwerp als geluk.

Het woordje ‘geluk’ roept bij mij allerlei associaties op van vluchtige piekervaringen zoals het naar binnenwerken van een paar frikadellen speciaal tijdens mijn wekelijkse snackmoment, een middagje ontspannen in een verwarmd zwembad met bubbelbad of een wandeling maken in een adembenemend mooi natuurgebied. Die dingen geven mij een intens gevoel van geluk, maar dat gevoel van euforie is van korte duur en je kunt het niet vasthouden.

Geluk najagen suggereert dat geluk iets concreets zou zijn en dat we het permanent zouden kunnen bezitten. Het woordje ‘tevreden’ komt dichter in de buurt als het gaat om een beschrijving van een wat meer permanentere toestand. Van Rossem schrijft:

‘Ik besef dat tevreden en gelukkig in het dagelijks spraakgebruik heel dicht bij elkaar liggen, maar voor mij is geluk een wat sterkere emotie dan tevreden. Geluk is een plotselinge, vaak onverwachte emotie die alle andere gevoelens overstijgt. Een emotie die je de indruk geeft dat heel even alles in je persoonlijke universum op zijn plaats is gevallen. Dat komt slechts zelden voor en duurt nooit lang.’

Geluk is kortstondig. Toch lijken we te leven in een maatschappij die voornamelijk geobsedeerd is met het idee dat we vooral gelukkig moeten zijn. De Belgische psychiater Dirk de Wachter spreekt zelfs van een ziekte. Het idee dat ons leven vooral leuk moet zijn, is dé ziekte van deze tijd, hoor ik hem zeggen in zijn Brainwash Talk. De wachtkamer van de Belgische psychiater puilt uit. Hij krijgt zijn werk niet gedaan. Ook zijn Nederlandse collega’s niet. Overal zijn er wachtlijsten. Op een gegeven ogenblik stelt De Wachter zichzelf een aantal vragen:

‘Wat is er aan de hand in dit leven, dat ogenschijnlijk zo goed is? Waarom wil iedereen naar de psychiater? We hebben geen grote hongersnood, geen epidemieën waar hele bevolkingsgroepen aan sterven en materieel hebben we het in onze geschiedenis nog nooit zo goed gehad als nu. Waarom zijn we dan zo erg in nood? Waarom zijn we zo vermoeid, nemen we zoveel pillen en heeft iedereen een diagnose?’

Dirk de Wachter kwam tevens tot de conclusie dat we massaal achter een niet bestaande wortel aanrennen:

‘We zijn te geobsedeerd met geluk. We zijn te zeer bezig met gelukkig zijn. We willen dat alles leuk, leuk, leuk is. En dat lijkt me een vergissing.

We moeten in dit aardse leven aanvaarden dat het af en toe een klein beetje lastig kan zijn. Een klein beetje, liefst niet te veel. Maar we hebben het moeilijk met de kleine lastigheden van het gewone leven. We lijken niet te kunnen accepteren dat het dagelijkse leven af en toe een klein beetje gewoontjes en een klein beetje verdrietig is.

Voorheen konden we uitkijken naar een hemel na dit leven, waar het leven goed zou zijn. Deze hemel is afgeschaft, dat paste niet meer in de begroting. Nu willen wij de hemel hier. Met onze westerse hoogmoed denken we ook dat we deze hemel kunnen maken, produceren of zelfs kunnen kopen. Dat lijkt me een vergissing: dat we dat kunnen grijpen. En dit streven naar een onmogelijke regen van geluk zorgt voor veel miserie, depressie en vermoeidheid.’

***

Het idee dat geluk maakbaar is, stamt uit de jaren 70 en vindt zijn oorsprong in Amerika. Ondertussen is het hele westen gebouwd op dit idee ­– ook wel het maakbaarheidsdenken genoemd. Al tientallen jaren prediken geluksgoeroes: Alles is maakbaar en je kunt alles worden en bereiken. Zolang je er maar in gelooft en je best doet. Je kent vast al die claims wel: Word de beste versie van jezelf, wees de dirigent van je leven, creëer & leef je mooiste dromen, want succes is een keuze en gelukkig zijn ook!

Oh ja?, denk ik dan. Mensen in Afrika die honger lijden? Kankerpatiënten? Kinderen die misbruikt worden? Hebben ze er zelf voor gekozen?

Maakbaarheidsdenken is wat mij betreft geen idee, maar een waanidee. Kinderlijke fantasie. Maarten van Rossem vindt het eveneens een vreemd verhaal:

‘Populaire handleidingen voor geluk laten zien hoe je gelukkig moet worden, dus als je niet gelukkig bent is dat je eigen schuld. Geluk is dan een keuze. Dat is een wel zeer gemakzuchtige stelling, waarbij dus het maatschappelijke systeem geheel buiten schot blijft. Wie geen succes heeft, heeft dat aan zichzelf te wijten. Niet gelukkig? Geen succes? Allemaal je eigen schuld. Zo heeft de meerderheid van de bevolking algauw het gevoel gefaald te hebben.’

Natuurlijk kunnen we dingen leren en bereiken in het leven, en dat heeft zijn waarde, maar we houden onszelf voor de gek als we denken dat we alles kunnen worden en alles kunnen bereiken. In de wereld van geluksgoeroes is geen ruimte voor: aangeboren talent, afkomst, geboorteland, wetgeving en welvaart van een land, de rol van anderen, de voortdurend wisselende omstandigheden én gesteldheid van ons lichaam (moeheid, ziekte, genen, en dergelijke). Dingen waarover we nauwelijks invloed hebben.

De allergrootste misvatting over de maakbaarheid van geluk is dat het suggereert dat we controle over het leven zouden hebben. Controle en maakbaarheid gaan hand in hand. Als we eerlijk naar onszelf zijn, weten we diep van binnen dat de maakbaarheid van het leven een mythe is. Zodra we van een afstandje naar onszelf kijken, moeten we toch toegeven dat de meeste dingen in het leven niet te bepalen zijn. Ik weet niet wat ik over een uur voel of wat mijn volgende gedachte zal zijn. Tevens weet ik niet wanneer ik honger en dorst krijg en wanneer ik naar het toilet moet.

We raken verzeild in situaties zonder de uitkomst te weten. Ineens waren we geboren en bouwen schijnbaar een leven op. Hoe lang we nog te leven hebben is niet te voorspellen. Uiteindelijk vallen we uiteen en alles wat zo vanzelfsprekend lijkt wordt afgenomen. Het is niet zeker of we het einde van deze dag zullen halen. We kunnen struikelen van een trap, terechtkomen in een noodlottig ongeval of een bloedpropje komt ineens vast te zitten op een verkeerde plek. Elke ademhaling kan de laatste zijn.

***

Neem even pauze. Een moment van rust. 

Observeer je ademhaling en neem hier even de tijd voor. Merk op hoe de buik omhoog komt bij de inademing en bij de uitademing omlaag gaat. Buik komt omhoog en gaat weer naar beneden.

Heb je in de gaten dat de ademhaling eigenlijk vanzelf gaat? Dat jij niet ademt, maar dat de ademhaling een automatisch lichaamsproces is?

In rust ademen we tussen de 10 en 20 keer per minuut. Dat is gemiddeld 900 keer per uur. En ongeveer 21.600 ademhalingen per dag. Naast de ademhaling vinden er op dit moment talloze automatische processen in ons lichaam plaats: de hartslag, de bloedcirculatie, het helen van wondjes, de haargroei, de werking van alle organen, noem maar op. Dit gaat allemaal automatisch. Of we nu slapen, sluimeren of wakker zijn.

Wat een wonder. Vind je ook niet?

Zo gaat (bijna) alles in het leven vanzelf. Zonder hulp van de mens draait de aarde om de zon. Seizoenen wisselen elkaar vanzelf af. Belastingaanslagen zullen komen en lichamen zullen vergaan.

Begint het besef te dagen dat we het leven niet zelf in de hand hebben? Maar dat het leven ons stuurt? En dat controle over het leven een verzinsel is?

Oud-voetballer en analist René van der Gijp ontdekte dit tijdens zijn voetbalcarrière en spreekt hierover in zijn boek Gijp:

‘Een voorzet die er door de harde wind in vliegt, een polletje in het gras… Je hebt te maken met factoren waarop je geen enkele invloed hebt. Maar dat vind ik nou juist het mooie van voetbal. En als je die gedachte altijd in je achterhoofd houdt, kun je er eindeloos over blijven praten. Maar het is een beetje een teken van deze tijd. Mensen zijn controlefreaks geworden. Jammer, want vaak word je daar heel ongelukkig van. Je komt namelijk in je leven honderden dingen tegen waar je géén controle over hebt.’

***

Denk jij de touwtjes stevig in handen te hebben? Of slingert het leven je heen en weer?

Mag ik een suggestie doen? Start met zelfonderzoek.

Onderzoek al jouw veronderstellingen en overtuigingen die te maken hebben met controle. Ik heb controle in mijn leven, bijvoorbeeld. Hoe kom je erbij? Hoe ziet controle in jouw ogen eruit en hoe werkt het? Heb je de volledige controle of een klein beetje? Wanneer weet je dat je controle hebt? Op het moment zelf? Of pas achteraf als je er over nadenkt? Is controle achteraf wel échte controle? Wie is die ‘ik’ die controle denkt te hebben? Waar bestaat die ‘ik’ uit en waar is die ‘ik’ te vinden? Enzovoorts.

Zo kun je elke overtuiging onderzoeken.

Tijdens een onderzoek ligt alles onder een vergrootglas. Dit houdt in dat je alle aannames en alles waarin je gelooft opnieuw onder de loep neemt. Onderzoeken betekent dat je niet weet wat de uitkomst zal zijn. Dat je niet weet wat er gaat gebeuren. Dat is onderzoeken.

Wanneer je gaat onderzoeken in de hoop verlost te worden van lijden, angst of van bepaalde gedachten, ben je niet meer aan het onderzoeken. Dat is niet erg, maar zie dat voor wat het is.

Zelfonderzoek geeft je de mogelijkheid om illusies te doorzien. Als je een illusie gaat herkennen als een illusie, spatten ze onverwacht als een zeepbel uit elkaar. Pats-boem! Weg illusie van controle. Pats-boem! Weg de maakbaarheid van geluk. Pats-boem! Weg het najagen van permanent geluk.

Het doorprikken van illusies werkt bevrijdend.

***

Het najagen van geluk is niet goed of fout, maar vaak erg stressvol en ons lichaam kan er ontzettend moe van worden. Daarom is nu de vraag: moeten we het streven naar geluk nog wel willen doorgeven aan de volgende generatie? Tegen kinderen zeggen dat we hopen dat ze gelukkig worden klinkt misschien mooi en liefdevol. Desalniettemin zeggen we hiermee ook dat er iets mis is als een kind zich ongelukkig voelt. We bedoelen het weliswaar niet, toch kan dat bij een kind zo overkomen.

Een kind dat zich ongelukkig voelt kan de indruk krijgen dat hij of zij heeft gefaald. Omdat het ongelukkige kind niet voldoet aan de verwachtingen – ik moet gelukkig zijn – kunnen er gevoelens van minderwaardigheid, angst en schuld omhoogkomen. De hardnekkige overtuigingen die daaraan ten grondslag liggen: gelukkig zijn is normaal en goed; ongelukkig zijn is niet normaal, is slecht en moet daarom weg.

Ongelukkig zijn is op zich geen probleem. Het probleem is het verzet ertegen. De uitdaging is ongelukkige momenten leren te verdragen. Niet tegen vechten, maar ze erkennen en aanvaarden. Soms hebben we de wind mee en soms tegen. Het is even niet anders. 

We leven, als mens, nu eenmaal in een dualiteit. Dualiteit betekent dat de wereld uit tegenpolen bestaat en dat tegenpolen elkaar nodig hebben. Koud/warm, licht/donker, wisselen elkaar af. Zo wisselen geluk en ongeluk elkaar eveneens af. Ze gaan hand in hand. Zonder ongeluk, geen geluk. En vice versa.

Het leven is een cirkelgang die onvermijdelijk is. Dit volledig inzien en accepteren geeft rust.

***

‘Houd het leven simpel’, schrijft Maarten van Rossem ergens aan het einde van zijn boek. Dit heb ik ook mogen ontdekken. Zodra het eindeloze streven naar geluk, geld, winst, succes, likes, verlichting, of wat dan ook, wegvalt, valt er een enorme last van je schouders. Houd het leven eenvoudig en overzichtelijk, doe één ding tegelijk en maak het jezelf niet onnodig moeilijk.

Kortom, stel geen hoge eisen aan het leven en je ‘krijgt’ er ruimte voor terug. Ik zet krijgt tussen haakjes, want uiteindelijk kun je ontdekken dat je ruimte niet krijgt, maar dat die ruimte er altijd is.  

***

Laatst vroeg iemand aan mij of ik gelukkig ben. Het bleef een tijdje stil. Er kwam geen antwoord uit mijn mond. Kennelijk heb ik geen idee of ik gelukkig ben. Ben ik dan ongelukkig? Om eerlijk te zijn heb ik daar ook geen antwoord op. Wat ik wel weet is dat er gelukkige én ongelukkige momenten in mijn leven zijn. Maar die tijdelijke momenten ben ik niet. Het is niet mijn identiteit. Zowel gelukkige als ongelukkige momenten komen en gaan, maar wat ik ben, komt en gaat niet.

Toen ik ontdekte wat ik werkelijk ben was er een onbeschrijfelijk gevoel van extase, van gelukzaligheid. Dat diepgaande en overstijgende gevoel van gelukzaligheid verdween, maar er bleef ‘iets’ over dat dieper gaat dan geluk, dat dieper gaat dan gevoelens, emoties en gedachten. Dat zelfs dieper gaat dan het lichaam, de mens en het universum.

Sluit de ogen en neem elke vorm dat ‘ik’ genoemd zou kunnen worden weg. Wat blijft er over?

Een ruimtelijke stilte wat geen grenzen en eigenschappen heeft. Een onnoembare en onmetelijke ruimte die altijd en overal aanwezig is. 

Hoe ik dit weet? Ik weet niks. Het is de stilte die weet.