vrijdag, 08 januari 2021 15:50

Tip: Het geheim van de druppel en de zee

Na een aantal maanden stilte heb ik weer inspiratie voor een nieuwe blog. En ondertussen is er een hoop gebeurd, vind je ook niet?

Zo af en toe mijmer ik diep weg. En beland in de lange gangen van mijn geheugen. Ineens popt er een beeld uit 2017 op. In dat jaar vroeg iemand aan mij: ‘Waar zie jij jezelf over 3 jaar? Hoe ziet het leven van Jan Prins eruit in 2020?’

Half verbijsterd antwoordde ik iets in de trant van dat ik niet eens weet wat ik over 3 minuten ga doen. Of wat ik over 3 minuten denk of voel. Laat staan over 3 jaar!

Is er überhaupt iemand geweest die in 2017 deze vraag accuraat heeft beantwoord? Die precies heeft voorspeld wat er plaats zou gaan vinden in 2020? De wereldwijde pandemie? De lockdown(s)? De lege pleinen, onbemande gebouwen en verlaten straten? De toiletpapier-rovende-taferelen in supermarkten? De vreselijke beelden van patiënten in de gangen van overvolle ziekenhuizen, de massagraven in New York en de verwoestende economische gevolgen? Dit heeft niemand aan zien komen en niemand weet precies hoe dit zal aflopen.

Op het werk heb ik een stressvolle reorganisatie achter de rug en ben een aantal geliefden kwijtgeraakt door Covid-19. Dus aan de ene kant lijkt de huidige situatie wat betreft het coronavirus afschuwelijk en uitzichtloos. Aan de andere kant gebeuren er ook mooie dingen, vind ik. Geen lange files, de stilte op straat en in gebouwen, de natuur lijkt op adem te komen, minder vuurwerk afgelopen Oud & Nieuw en niemand heeft het meer over de ratrace van vóór de coronapandemie. De snelheid van het leven is teruggeschakeld naar de eerste versnelling. Een zegen voor de introverte mens!

Naast werk slijt ik de dagen met veel wandelen in de natuur, sporten, klusjes in huis, Netflixen en het lezen van boeken. Van de biografie van Hans Wiegel tot De Tao van Hans Laurentius. Van Jan Dijkgraaf’s Martien (Wat goeeeeed!) tot het laatste boek van Jed McKenna Het geheim van de druppel en de zee. In het nieuwe boek van McKenna proef ik ook een sfeer van nuancering en uitzoomen. De kracht om bij jezelf te blijven en je niet mee laten sleuren in het negatieve moeras van anderen.

Een stukje uit McKenna’s boek ontroerde me dusdanig dat ik hem echt even moest delen.

In 1990 gaf de NASA, op verzoek van auteur en astronoom Carl Sagan, de onbemande ruimtesonde Voyager 1 opdracht om een foto van de aarde te nemen op een afstand van 6 miljard kilometer. De doorgestuurde foto (zie onderaan de pagina) toont de aarde als een piepklein vlekje tussen miljoenen andere piepkleine vlekjes. In Het geheim van de druppel en de zee van Jed McKenna staat een fragment uit de toespraak die Carl Sagan in 1994 hield aan Cornell University:

‘We waren erin geslaagd die foto te nemen, en als je hem goed bekijkt, zie je een stip. Dat is dus hier. Dat is ons thuis, dat zijn wij.

Iedereen waar jullie ooit van hebben gehoord, ieder mens die ooit heeft geleefd, heeft daar zijn leven geleefd.

Het totaal van al onze vreugden en verdriet, de duizenden godsdiensten, ideologieën en economische doctrines, allemaal overtuigd van hun eigen gelijk, iedere jager-verzamelaar, held en lafaard, iedere schepper en vernietiger van beschavingen, iedere koning en boer, ieder verliefd stelletje, hoopvol kind, vader en moeder, uitvinder en onderzoeker, iedere moraalridder, corrupte politicus, iedere superster, hoogste leider, heilige en zondaar in de geschiedenis van onze soort, leefde daar op een stofje, zwevend in een zonnestraal.

De aarde is een heel klein toneel in een enorm uitgestrekte kosmische arena. Denk eens aan al die rivieren van bloed, verspild door talloze generaals en keizers, zodat ze in volle glorie en triomf heel even de heersers konden zijn over een heel klein stukje van een stip. Denk eens aan de eindeloze wreedheden die de bewoners van de ene uithoek van de stip de bewoners van een andere uithoek, nauwelijks van hen verschillend, hebben aangedaan. Hoe talrijk waren hun misverstanden, hoe gretig moordden ze elkaar uit, hoe hartstochtelijk was hun haat. Onze houding, onze ingebeelde eigendunk, het waanidee dat wij een of andere bevoorrechte positie hebben in het universum, worden door dit zwakke lichtpuntje ondermijnd.

Onze aarde is een eenzaam vlekje in de grote kosmische duisternis die ons omringt. In onze duisternis – in heel deze onmetelijke ruimte – is niets wat erop wijst dat er van elders hulp zal komen om onszelf te redden. We moeten het zelf opknappen. Men zegt dat sterrenkunde een nederig makende en, zou ik willen toevoegen, een karaktervormende ervaring is. Voor mij is er geen betere illustratie van de waanzin van de menselijke arrogantie dan dit verre beeld van onze kleine wereld.’

Dit is de originele foto uit 1990 (Bron: solarsystem.nasa.gov)

Origineel foto uit 1990